Personages schrijven: hoe creëer je een personage op papier?

Personages schrijven: hoe creëer je een personage op papier?

“Een verhaal is een personage en een personage is een verhaal. Zo eenvoudig is het” stelt Louis Stiller in Het grote schrijf-doe-boek. Of je nu een sprookje, een misdaadverhaal, een literaire thriller of een horrorverhaal schrijft, je verhaal heeft een of meerdere personages. Maar personages schrijven, hoe doe je dat eigenlijk? Hoe geef je een personage vorm? Wat maakt een personage geloofwaardig, aantrekkelijk of interessant? In dit artikel alles over het schrijven van personages.

Personen en personages

Een verhaal zonder personage(s) is moeilijk voor te stellen. Schrijf je een verhaal, dan schrijf je over een personage. Zelfs als je schrijft over een hond, een stoel, een tandenborstel of ‘moeder natuur’. Eén van de belangrijke dingen om te bedenken als je personages gaat schrijven is dat een personage en een persoon iets anders zijn.

  • Een persoon is een mens van vlees en bloed, een echt mens die bestaat in de echte wereld.
  • Een personage bestaat enkel in een verhaal. Een personage kan verwijzen naar een persoon in de echte wereld, maar is nooit een-op-een die persoon. Een personage hoeft bovendien niet per se een mens te zijn, het kan bijvoorbeeld ook een dier zijn, of een ding.

Platte en ronde personages schrijven

Een verhaal kan ronde en/of platte personages bevatten:

  • Een plat personage kent weinig nuances en maakt nauwelijks een psychologische ontwikkeling door in het verhaal.
  • Een rond personage is gecompliceerder. Het kent meer nuances en maakt een wel een psychologische ontwikkeling door.

Een plat personage wordt ook wel een ’type’ genoemd. Een type is vaak een personage met maar één karaktertrek, die meestal overdreven karikatuur wordt neergezet. Denk bijvoorbeeld aan de gemene heks, die alleen maar gemeen is. Vaak leer je zo’n personage in het verhaal ook niet echt kennen. De heks is aan het begin van het verhaal gemeen en aan het eind van het verhaal nog steeds. Ze heeft geen ontwikkeling doorgemaakt in het verhaal.

Een rond personage lijkt meer op een echt mens: het is een complex geheel, met goede en slechte eigenschappen. Een rond karakter leer je als lezer wel goed kennen. Je leest over zijn of haar gedachten, opvattingen en gevoelens. Een rond karakter kan bijvoorbeeld aan het begin van het verhaal heel verlegen zijn, maar door de ontwikkelingen in het verhaal meer uit haar schulp komen.

Is het beter om een verhaal met ronde personages te schrijven?

Vaak hoor je dat “een goed verhaal” ronde personages heeft, maar zo simpel is het niet. Veel “goede” verhalen hebben zowel platte, als ronde personages. De hoofdpersoon of hoofdpersonen zijn dan ronde personages, maar er zijn ook enkele bijfiguren die platte personages zijn.

Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken in langere en kortere verhalen. In langere verhalen verwachten lezers rondere personages. Ook zijn kinderboeken anders dan boeken voor (jong)volwassenen. Voor kinderboeken geldt: hoe jonger het kind, hoe platter het personage.

Wanneer je een verhaal schrijft is het dus belangrijk dat je goed nadenkt over wat de lezer allemaal wil weten over een personage. Heel gedetailleerde informatie over een bijfiguur is overbodig en vaak zelfs storend. Te weinig informatie over de personages (zeker als het gaat om de hoofdpersoon) maakt je verhaal vlak.

Personages schrijven voor kinderboeken

Een “plat personage” is dus niet altijd slecht, zeker niet in kinderboeken. In kinderverhalen geven platte personages juist vaak glans aan het verhaal. Een gemene juf is écht heel erg gemeen. Zij doet niet enkel gemeen, ze praat ook gemeen en ziet er ook gemeen uit.

Wel geldt ook bij kinderboeken: hoe langer het verhaal, hoe meer behoefte de lezer heeft om meer te weten te komen over het hoofdpersonage. Je zult meer informatie over het personage moeten geven. Het hoofdpersonage wordt dan vanzelf een ronder personage.

Hoofdpersonen en bijfiguren

Vaak is één personage de hoofdpersoon in een verhaal. Soms zijn dat ook twee of meer personen.

Van de hoofdpersoon kom je als lezer het meest te weten. Je leest wat hij zij denkt en voelt en weet waarom hij of zij iets wel of niet doet. De belangrijkste momenten in het verhalen draaien om de hoofdpersoon. De hoofdpersoon maakt ook de belangrijkste ontwikkeling door. Hij of zij is ook degene die een “probleem” heeft, dat hij of zij moet oplossen.

Alle andere figuren zijn bijfiguren. Zij zijn van minder groot belang. Je leert minder over hen, je weet vaak niet wat ze denken of voelen. Een bijfiguur mag een hoofdpersoon wel helpen, maar het is uiteindelijk de hoofdpersoon die het “probleem” moet oplossen.

Het juiste personage in the spotlight

Merk je dat je verhaal op een bepaald punt een beetje stroef loopt? Dat kan komen doordat je een bijfiguur ongemerkt een te grote rol hebt gegeven. Hij of zij heeft de spotlight geclaimd.

Loopt je verhaal op een bepaald punt stroef, maar weet je niet hoe dit komt? Laat je verhaal dan redigeren. Een goede redacteur kijkt niet enkel naar taal- en spelfouten, maar ook naar hoe je verhaal loopt en de manier waarop je personages zijn vormgegeven. Neemt een bijfiguur onbedoeld de overhand? Dan zal een goede redacteur dat opmerken.

Een personage schrijven: hoe geef je een personage vorm?

“Een verdomd goed verhaal is een verhaal waarbij de personages in de verbeelding van de lezer tot leven komen”, zegt James N. Frey in Zo schrijf je een verdomd goede roman.

Maar hoe geef je een personage nu precies vorm? Dat kan globaal op twee manieren.

1. Je laat je personage al schrijvende ontstaan.

Voor sommige schrijvers is dit de beste werkwijze: zij willen gewoon schrijven, zonder vooraf opgelegde richtlijnen of beperkingen. Ze schrijven personages die passen bij hun verhaal en bepalen gaandeweg hoe de personages handelen, keuzes maken, denken en voelen. Elke beschrijving kleurt een personage verder in, tot vanzelf een compleet beeld van het personage ontstaat.

Tip: Schrijf jij je personages het liefst op deze manier? Lees dan achteraf je verhaal nog eens heel kritisch door, om ervoor te zorgen dat je personage ook aan het begin al de karaktereigenschappen heeft die je later hebt toegevoegd. Controleer ook of er geen tegenstrijdigheden zijn in het personage. Het is bijvoorbeeld gek als het personage aan het begin van het verhaal heel brutaal is, en later opeens heel beleefd. Het kan natuurlijk dat het personage een ontwikkeling heeft doorgemaakt, waardoor hij/zij nu veel beleefder is, maar dan moeten wij als lezer deze ontwikkeling ook kunnen volgen.

2. Je werkt je personage van te voren (globaal) uit.

Een andere manier om je personages vorm te geven, is door de belangrijkste figuren uit je verhaal van te voren globaal uit te werken. Geef bijvoorbeeld antwoord op de volgende vragen:

  1. Wat is de voornaam en achternaam van mijn personage?
  2. Wat is de belangrijkste eigenschap van mijn personage?
  3. Uit welk gedrag blijkt deze eigenschap?
  4. Hoe ziet mijn personage eruit?
  5. Wat weet ik over de houding en de mimiek van mijn personage?
  6. Wat weet ik over de gebaren die hij/zij maakt?
  7. Wat weet ik over de stem van mijn personage?
  8. Wat weet ik over het taalgebruik van mijn personage? Welke stopwoorden gebruikt hij of zij?

Een personage schrijven: de eerste indruk

Wanneer je een personage introduceert in een verhaal, is dit de eerste ontmoeting van de lezer met dit personage. En net als in het echte leven is een eerste indruk erg belangrijk. Je moet daarom als schrijver goed bedenken welke indruk je wilt dat het personage wekt.

Je kunt een personage op verschillende manieren introduceren:

  1. Door een beschrijving.
  2. In een handeling.
  3. In een dialoog of monoloog.
  4. Via een ander personage.
  5. Een combinatie van deze vier manieren.

Een voorbeeld van de introductie van een personage

Een leuk voorbeeld van de introductie van een personage vond ik in het kinderboek ‘Het Niets aan de Hand Hotel‘ van Steven Butler.

In dit boek wordt het hoofdpersonage op de eerste pagina geïntroduceerd in een monoloog (punt 3 hierboven). Het hoofdpersonage stelt zichzelf in deze monoloog voor aan de lezer. Maar hij doet dat via een ander personage (punt 4 hierboven). Hij begint namelijk over zijn oma.

“Eerst even iets over oma’s…
In sprookjes zijn oma’s, grootmoeders of opoes meestal lieve en opgewekte mollige dametjes van nog geen drie vuisten hoog die je extra zakgeld toestoppen als je ouders even niet kijken, en die zo nu en dan beschermd moeten worden tegen de grote boze wolf.
Maar… dit is geen sprookje. Dit is het échte, échte leven, en mijn oma is dus helemaal niet zo.”

Het Niets aan de Hand Hotel – Steven Butler.

Nadat hij heeft uitgelegd dat zijn oma een gemene trol is, die de grote boze wolf de stuipen op het lijf zou jagen, zegt hij:

“Ik heet Frankie trouwens… Frankie Baluster. Hoi! Je denkt vast allang dat mijn hersenen gefrituurd zijn of dat ik zo gek ben als een deur. Ik weet het. Een trol als oma?! Maar we zijn nog maar net begonnen. Lees vooral verder, want dan leg ik je alles uit, ik zweer het. Binnen de kortste keren geloof je alles wat ik zeg… Mijn oma is echt een kolossale, stinkende trol. En niet één woord van wat ik je ga vertellen is gelogen.”

Het Niets aan de Hand Hotel – Steven Butler.

Wanneer hij verder is ingegaan op zijn curieuze familie, beschrijft hij eindelijk zichzelf (punt 1 hierboven):

“Spoel snel even honderd jaar door en daar ben ik: Frankie Baluster, de jongste nakomeling van het stel. Je kunt je wel voorstellen dat onze familiestamboom nogal eigenaardig is. (…) Op het eerste gezicht zou je waarschijnlijk niet zeggen dat ik niet honder procent mens ben. Mijn haar zit nogal door de war, waardoor het meestal over mijn puntoren valt. Je kunt het dus eigenlijk alleen zien aan de kleur van mijn ogen. Net als de ogen van mijn vader (…) zijn die van mijn koperkleurig, als glanzende stuivers. Dat is het eerste teken dat iemand trollenbloed bezit.”

Het Niets aan de Hand Hotel – Steven Butler

Heb jij een manuscript geschreven?

Heb jij een manuscript geschreven en wil je dit laten nakijken door een kritische redacteur? Bij het redigeren van een manuscript kijk ik niet alleen naar taal- en spelfouten, maar ook naar de manier waarop je personages zijn vormgegeven. Neem contact op via het contactformulier hiernaast voor meer informatie of een offerte.

Bronnen:
Voor dit artikel heb ik gebruikgemaakt van de volgende bronnen:
– Onderwijsgroep Nederland, Kinderverhalen Schrijven, zonder datum.
– Louis Stiller, Het Grote schrijf-doe-boek, 2011.
– James N. Frey, Zo schrijf je een verdomd goede roman, 2010.

Neem contact op

Via dit formulier kun je contact met mij opnemen en geheel vrijblijvend een offerte aanvragen.